Tekst invoeren en bewerken
Overzicht
MuseScore beschikt over verschillende tekstbewerkingsfuncties. Dit hoofdstuk en andere hoofdstukken in het handboekgedeelte 'Tekst' richten zich op de MuseScore-tekstobjecten, individuele objecten die op een partituur kunnen worden geplaatst, en objecten die tekst bevatten. Er zijn ook partituur instellingen waarmee automatisch tekst aan pagina's kan worden toegevoegd.
Soorten tekst
MuseScore Tekstobject
Een MuseScore-tekstobject is een object in een partituur dat afzonderlijke tekens bevat die kunnen worden ingevoerd en verwijderd door te typen op een computertoetsenbord. Het is meestal gekoppeld aan een noot of een rust, sommige zijn gekoppeld aan een ander object.
Notenbalktekst kan aan een notenbalk worden gekoppeld.
Sprongen en markeringen zijn aan maten gekoppeld.
Sommige soorten (Titel, Ondertitel enz.) moeten aan een kader worden gekoppeld, zie de hoofdstukken Kader en Tekstblokken.
De verschillende soorten tekstobjecten zijn niet uitwisselbaar. Ze hebben verschillende eigenschappen die bepalen hoe MuseScore werkt. Een Notenbalktekst object dat is opgemaakt als metronoom markering kan bijvoorbeeld nooit worden geconfigureerd om het afspeeltempo in MuseScore te wijzigen. Hiervoor moet het Tempo object worden gebruikt.
Om het objectsoort te controleren, selecteer je een object in de partituur; het soort wordt vervolgens weergegeven in de statusbalk.

Notenbalktekst
Algemene tekst voor één MuseScore-instrument. Kan worden geconfigureerd voor afspelen in swing of geluidskenmerken. Zie Een partituur opzetten en Notenbalktekst, systeemtekst en expressietekst.
Systeemtekst
Vergelijkbaar met notenbalktekst, maar dan voor alle instrumenten in het systeem (pagina-indeling). Zie het hoofdstuk Pagina-indelingconcepten en Notenbalktekst, systeemtekst en expressietekst.
Expressietekst
Het expressie item in het Tekst palet. Een nieuw type geïntroduceerd in MuseScore 4. Heeft geen invloed op het afspelen in MuseScore vanaf MuseScore 4.2. Zie het hoofdstuk Notenbalktekst, systeemtekst en expressietekst.
Instrumentwijziging
Het Wijzig instr. item in het Tekst palet. Wijzig het MuseScore-instrument na de verankerde noot of rust. Zie de hoofdstukken Een partituur opzetten en Instrumentwisselingen in de partituur.
Dynamisch teken
Zoals p en mf, zijn tekstfragmenten die de afspeeldynamiek van MuseScore beïnvloeden. Zie het hoofdstuk Dynamiek.
Cresc./decresc.-teken
Zoals cresc. en dim., zijn tekstlijnen die de afspeeldynamiek van MuseScore beïnvloeden. Zie het hoofdstuk Crescendo/decrescendo-tekens.
Speeltechniek annotatie
De legato. pizz. etc items in het Tekst palet. [Deze informatie is nog in ontwikkeling, de softwarefunctionaliteit wordt actief ontwikkeld. Raadpleeg en update de volgende hoofdstukken: Notenbalktekst, systeemtekst en expressietekst, Dynamiek, Mixer, Begrippenlijst en Articulaties ]
Tempo
Numeriek metronoomteken, verbale aanwijzing. Een tekstsoort dat het afspeeltempo van MuseScore aangeeft. Zie het hoofdstuk Tempomarkeringen.
Geleidelijke tempoverandering
Zoals accel.. Een nieuwe tekstlijn soort, geïntroduceerd in MuseScore 4, dat het afspeeltempo van MuseScore beïnvloedt. Zie Tempomarkeringen.
Swing en Straight item in het Tempo palet
Een vooraf geconfigureerde systeemtekst. Zie de hoofdstukken Swing afspelen en Notenbalktekst, systeemtekst en expressietekst.
Liedtekst
Met de toetsencombinatie Ctrl+V kun je woorden uit het klembord opsplitsen, plakken en vervolgens gemakkelijk naar het volgende ankerpunt springen. Zie het hoofdstuk Liedtekst.
Spring
Zoals "D.C."(Da Capo), "D.S. al Coda" enz. zijn te vinden in het Herhalingen & sprongen palet. Zie Herhalingen en sprongen.
Markering
Het Capo-symbool, het Segno-symbool, "Fine", "To Coda" enz. zijn te vinden in de Herhalingen & sprongen palet. Zie Herhalingen en sprongen.
Repetitieteken
Het omkaderde item B1 in het Tekst palet. Faciliteer repetitietekens, verdeel de partituur in secties, markeer passages etc. Zie Repetitiemarkeringen.
Akkoordsymbool
Heeft afspeelfunctie, noten worden automatisch bepaald. Zie Akkoordsymbolen.
Nashville-cijfer
Heeft een afspeelfunctie, vergelijkbaar met het akkoordsymbool. Zie Akkoordsymbolen: Nashville Nummer Systeem (NNS).
Romeins cijfer
Geen afspeelfunctie. Zie Akkoordsymbolen: Romeinse Cijfer Analyse (RNA).
Basso continuo
Een historische notatie voor klavier. Geen afspeelfunctie. Zie Becijferde bas.
Stokzetting
Letters (L en R) die aan (trommel)noten zijn bevestigd, geven aan welke hand of voet je moet gebruiken. Zie Stokzetting.
Vingerzetting
Nummers of letters die aan de noten zijn bevestigd, geven aan welke vingers je moet gebruiken. Zie Vingerzetting.
Titel, ondertitel, componist, tekstschrijver en tekst (tekstblok)
Dit zijn tekstsoorten die bedoeld zijn om in een kader te worden geplaatst. Zie Tekstblokken en Kaders. Dit is niet de plaatshoudertekst die in de kop- en voettekst wordt gebruikt, zie de sectie "Partituur instelling".
Tekstlijn, inclusief Volta, Pedaal etc. soorten
Volta etc. te vinden in het Herhalingen & sprongen palet. Pedaal te vinden in Pedaalmarkeringen palet. Ottava (8--, 8ve, 8va, 15--) enz. te vinden in Toonhoogte palet. Gitaar barré-lijnen enz. Zie Andere lijnen.
Partituur instellingen
De lange en korte naam van het MuseScore-instrument (zie Een partituur opzetten worden automatisch links van de notenbalk toegevoegd in elk systeem (pagina-indeling, zie Pagina-indelingconcepten). Namen kunnen direct in een partituur worden gewijzigd met behulp van de tekstbewerkingsmodus of via het venster Notenbalk/partij-eigenschappen, zie Notenbalk/partij-eigenschappen. Standaard worden ze alleen toegevoegd als er meer dan één instrument is. Om dit standaardgedrag te wijzigen, past je de instelling aan onder Opmaak → Stijl → Partituur.
Maatnummers kunnen automatisch worden toegevoegd. Configureer dit via Opmaak → Stijl → Maatnummers, zie Maatnummering.
De kop- en voettekst functie van MuseScore voegt automatisch tekst toe aan elke pagina. Configureer dit via Opmaak → Stijl → Kop- & voettekst. Plaatshoudertekst (speciale symbolen) kunnen worden gebruikt om informatie toe te voegen zoals het huidige paginanummer, auteursrechtvermeldingen, enz. Plaatshoudertekst wordt ook gebruikt om dynamisch metadata-tags, de digitale gegevens van een partituurbestand, aan de partituur toe te voegen. Zie Kop- en voettekst.
Een tekstobject toevoegen aan de partituur
De verschillende typen tekstobjecten zijn niet onderling verwisselbaar. Kies het geschikte object soort voordat je het toevoegt. Gebruik de tabel onder het gedeelte MuseScore-tekstobjecten. Voor algemene tekst of visuele weergave wordt aanbevolen om Notenbalktekst of Systeemtekst te gebruiken.
Hieronder wordt uitgelegd hoe je tekst kunt toevoegen aan een noot, een rust of een geldig ankerpunt buiten kaders. Het toevoegen van tekst aan een kader wordt behandeld in het hoofdstuk Tekstblokken.
Vanuit een palet
Om een tekstelement vanuit een Palet aan de partituur toe te voegen, selecteer je een of meer noten/rusten en klik je op het gewenste paletitem of sleep je de tekst vanuit het palet naar een noot/rust. Bijvoorbeeld:

Vanuit het menu
Als het tekstobject aan een notenbalk is gekoppeld, kun je het toevoegen door een noot te selecteren en vervolgens een tekst optie te kiezen via Voeg toe → Tekst.
Een sneltoets gebruiken
Veel tekstsoorten kunnen worden ingevoerd met behulp van sneltoetsen. Sneltoetsen worden rechts van de items in Voeg toe → Tekst weergegeven.
Om een tekstobject te maken, selecteer je een noot en voer je vervolgens de gewenste sneltoets in.
Een tekstobject verwijderen uit de partituur
Om *tekst die automatisch is toegevoegd door de partituurinstellingen* te bewerken, zie het "Partituur instelling" gedeelte.
Om object(en) uit een partituur te verwijderen, selecteer de objecten en druk op Backspace of Del.
Tekstobjectinhoud bewerken
Om *tekst die automatisch is toegevoegd door de partituurinstellingen* te bewerken, zie het "Partituur instelling" gedeelte.
Tekst- en tekstlijnobjecten worden op twee verschillende manieren bewerkt, afhankelijk van het object soort:
bewerk rechtstreeks in de tekstbewerkingsmodus, zoals hieronder uitgelegd of
bewerk de eigenschappen in het Eigenschappen paneel, raadpleeg het specifieke hoofdstuk van het tekstobject.
Om de tekstbewerkingsmodus te openen, kun je een van de volgende methoden gebruiken:
Dubbelklik op het tekstobject, of
Selecteer het tekstobject en druk op
Enter, ofSelecteer het tekstobject en druk op
F2ofAlt+Shift+E, ofKlik met de rechtermuisknop op het tekstobject en selecteer "Bewerk element".
Om de tekstbewerkingsmodus te verlaten, druk je op Esc of klik je op een gedeelte van de partituur buiten het bewerkingsgebied.
Toetsenbord sneltoetsen beschikbaar in de tekstbewerkingsmodus
De volgende sneltoetsen zijn beschikbaar in de tekstbewerkingsmodus:
Vet (in-/uitschakelen)
Ctrl+B
Cmd+B
Cursief (in-/uitschakelen)
Ctrl+I
Cmd+I
Onderstrepen (in-/uitschakelen)
Ctrl+U
Cmd+U
Verplaats cursor
(Ctrl+) Links, Rechts, Omhoog, Omlaag, Home, End
(Alt+) Links, Rechts, Omhoog, Omlaag
Verwijder het teken links van de cursor
Backspace
Backspace
Verwijder het teken rechts van de cursor
Del
Del of Fn+Backspace
Begin een nieuwe regel
Return
Return
Speciale tekens invoegen (zie hieronder)
Shift+F2
Shift+F2
Speciale tekens
Tekens die niet beschikbaar zijn op het standaardtoetsenbord, kunnen worden toegevoegd via het Speciale tekens venster.

Om Speciale tekens te openen, in de tekstbewerkingsmodus (zie "Inhoud van tekstobjecten bewerken"), druk je op Shift+F2 of klik je op Voeg speciale tekens in in het Tekst gedeelte van het Eigenschappen paneel.
Het dialoogvenster is verdeeld in 3 tabbladen: Algemene symbolen, Muziek symbolen en Unicode symbolen. De tabbladen Muziek en Unicode zijn verder onderverdeeld in alfabetisch geordende categorieën. Het is raadzaam om de items in het tabblad Algemene symbolen te gebruiken, aangezien deze functioneel zijn (zie Lettertype.
Door op een item in het dialoogvenster Speciale tekens te klikken, wordt dit direct toegevoegd aan de tekst op de positie van de cursor. Meerdere items kunnen worden toegepast zonder het dialoogvenster te sluiten, en de gebruiker kan zelfs gewoon blijven typen, tekens verwijderen, numerieke tekencodes invoeren, enzovoort, terwijl het dialoogvenster open is.
In de tekstbewerkingsmodus voegen de volgende sneltoetsen een functionele versie van speciale tekens (indien mogelijk) toe aan het huidige tekstobject. Zie het MuseScore-handboek, hoofdstuk Lettertype.
Kruis ♯
Ctrl+Shift+#
Cmd+Shift+#
Werkt mogelijk niet met alle toetsenbordindelingen
Mol ♭
Ctrl+Shift+B
Cmd+Shift+B
Herstellingsteken ♮
Ctrl+Shift+H
Cmd+Shift+H
Piano p
Ctrl+Shift+P
Cmd+Shift+P
Forte f
Ctrl+Shift+F
Cmd+Shift+F
Mezzo m
Ctrl+Shift+M
Cmd+Shift+M
Rinforzando r
Ctrl+Shift+R
Cmd+Shift+R
Sforzando s
Ctrl+Shift+S
Cmd+Shift+S
Niente n
Ctrl+Shift+N
Cmd+Shift+N
Z z
Ctrl+Shift+Z
Cmd+Shift+Z
Elisie ‿
Ctrl+Alt+-
Cmd+Alt+-
Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?