Mixer
Overzicht
Met de mixer kun je
Change instrument sounds (without affecting the staff notation).
Load virtual instruments and effects.
Adjust volume and panning, and make other adjustments to the playback for each stave.


De mixer is verdeeld in een aantal kleurgecodeerde kanalen:
Instrument: Each instrument in the score has its own channel, with the name of the instrument at the bottom (marked in accent color blue above). An instrument channel is also created for each mid-score instrument change applied to a staff.
Metronome: Mute or unmute the metronome and change its sound, panning, and volume (also marked in blue).
Aux 1/Aux 2: These are the auxiliary channels (marked in green) and may be used to house VST effects units. Aux 1 by default contains Muse Reverb (see below).
Master: The master fader (marked in pink) controls the overall audio signal level of this MuseScore Studio project.
De mixer openen
Je kunt de mixer weergeven/verbergen door:
Klikken op de Mixer knop boven de Noteninvoer werkbalk.
Klikken op Weergave→Mixer.
Gebruik de sneltoets
F10.
Opmerking: Als de instrumentkanalen niet in dezelfde volgorde staan als de instrumenten in de partituur, probeer dan de mixer te sluiten en opnieuw te openen.
Mixerbediening
Een kanaal bevat de volgende bedieningselementen (van boven naar beneden):

Sound: See below.
Audio FX: See below.
Aux sends: See below.
Pan: Klik en sleep aan de Pan-knop om de audiotrack naar links of rechts in het stereogeluidveld te verplaatsen. Dubbelklik op de knop om de Pan-knop terug naar het midden te zetten.
Volume: Klik en sleep de schuifregelaar om het afspeelvolume te verhogen of te verlagen. Dubbelklik op de fader om het volume terug te zetten naar de standaardwaarde van 0 dB.
Mute en Solo: Klik op de knop 'Mute' (dempen) om de track stil te maken; klik nogmaals om het geluid weer aan te zetten, enzovoort. Met de knop 'Solo' worden alle andere tracks stilgezet, zodat je alleen de geselecteerde track hoort. Je kunt meerdere keren op de knoppen 'Solo' en 'Mute' klikken, zodat je gemakkelijk elke gewenste combinatie van instrumenten kunt isoleren.
Naam: Houd er rekening mee dat deze naam niet wordt beïnvloed door eventuele wijzigingen in de instrumentnaam in de partituur.
Klik op het pictogram met de drie puntjes in de rechterbovenhoek van het Mixer-paneel om een bedieningselement weer te geven of te verbergen. Je kunt bijvoorbeeld de volumefaders verbergen om verticale schermruimte vrij te maken voor het bekijken van de partituur.
Geluid
The row labelled Sound shows the virtual instrument set used in each track. This can be either a SoundFont (.sf2,.sf3) such as MS Basic, a VST instruments (VSTi), or a Muse Sound. If you have selected a particular sound from within that instrument set then the sound's name will be displayed instead of the set's name.
Het geluid van een instrument veranderen
Beweeg de muis over de naam van de virtuele instrument set (in de rij met de aanduiding "Geluid").
Klik op het uitklapdriehoekje dat verschijnt.
Selecteer een item in het keuzemenu en klik erop.
Note: This changes the instrument's sound, but has no effect on instrument's notation. If you want the staff to be updated as well, say, with correct transposition and clef changes, see Choose instruments.
Starting with MuseScore 4.2, it is now possible to use this method to choose individual sound from within a SoundFont. If you're using an older version of MuseScore 4, use the workaround detailed in SoundFonts.
SFZ files are supported but only by using a VST sampler; see SoundFonts.
Audio FX
Each row (slot) under the Audio FX allows you to add an extra VST effect or Muse Reverb (a native effect). Audio is processed through the Audio FX from top to bottom.
Je vindt VSTi in het keuzemenu van Geluid en VST-effecten in het keuzemenu van Audio FX.
To apply Audio FX(s) to one instrument, add Audio FX to the corresponding instrument strip.
To easily apply the same Audio FX(s) to multiple instruments, use Aux sends.
Een Audio FX-plugin toevoegen
Beweeg de muis over een lege Audio FX-sleuf.
Klik op het uitklapdriehoekje dat verschijnt.
Selecteer een item in het keuzemenu en klik erop.
De plugin wordt als een apart venster boven het Musescore-venster geladen.
Wanneer je een effect toevoegt, wordt er automatisch een nieuwe lege rij (vak) aangemaakt om verdere effecten toe te voegen. Herhaal deze stappen om meer effecten toe te voegen.

Om een Audio FX-plugin uit te schakelen
Beweeg de muis over een Audio FX-sleuf.
Klik op het aan/uit-pictogram dat verschijnt.
Hiermee wordt de plugin gedeactiveerd zonder deze uit de mixer te verwijderen.

Om een Audio FX-plugin te verwijderen
Beweeg de muis over een Audio FX-sleuf.
Klik op het uitklapdriehoekje dat verschijnt.
Kies Geen effect.

Muse Reverb
Muse Reverb is MuseScore’s native reverb unit. A fixed amount of reverb is added by default to each instrument—you can adjust the amount for each channel using the Aux send knobs next to the blue buttons labelled "Reverb". The effect can be toggled on/off for each channel by clicking on the same buttons. You can also adjust the Muse Reverb output volume using the Aux 1 fader.
Aux signaal
Each row (slot) under the Aux sends adjusts how much of a corresponding Aux channel effect(s) is added to the audio created for an instrument.
Er zijn twee Aux signalen, die overeenkomen met de twee aux-kanalen:
De eerste rij past aan hoeveel van Aux-kanaal 1 Aux 1 wordt toegevoegd aan het huidige instrument; het wordt standaard weergegeven als Reverb , omdat Aux 1 standaard Muse Reverb bevat.
De tweede rij past aan hoeveel van Aux-kanaal 2 Aux 2 aan het huidige instrument wordt toegevoegd; Aux 2 bevat standaard geen audio-effecten.
Beide aux-uitgangen zijn standaard ingeschakeld voor elk instrument en kunnen afzonderlijk worden uitgeschakeld. Audio wordt eerst verwerkt met Aux 1 en vervolgens met Aux 2.
You can also apply audio effect(s) to one instrument only by adding Audio FX.

Om een Aux signaal (slot) weer te geven/verbergen
Klik op het pictogram met de drie puntjes in de rechterbovenhoek van het Mixer paneel.
Beweeg de muis over Weergave.
Klik op Aux send 1 en/of Aux send 2.

Om een Aux signaal (slot) uit te schakelen
Make sure the Aux send is visible
Klik op Reverb om Aux signaal 1 uit te schakelen OF klik op Aux 2 om Aux signaal 2 uit te schakelen.

Aux-kanalen
Aux-kanalen zijn speciale kanalen die het toepassen van audio-effecten vereenvoudigen. Je kunt audio-effecten instellen in één Aux channel en deze vervolgens op meerdere instrumenten toepassen.
Elke partituur bevat maximaal twee Aux-kanalen:
Aux 1: contains the Muse Reverb by default, but you can remove this and replace it with any Audio FX(s) you like.
Aux 2: is standaard leeg.
Aux-kanalen weergeven/verbergen
Standaard zijn aux-kanalen verborgen. Om een aux-kanaal weer te geven/verbergen:
Klik op het pictogram met de drie puntjes in de rechterbovenhoek van het Mixer paneel.
Beweeg de muis over Weergave.
Klik op Aux channel 1 en/of Aux channel 2.

Audio-effecten toevoegen aan een Aux-kanaal
The process is the same as adding Audio FX(s) to an instrument channel, see To add an Audio FX.
Als er slechts één audio-effect in een aux-kanaal zit, worden het kanaal en de bijbehorende aux signaal gelabeld met de naam van het audio-effect. Als er meer dan één is, worden ze gelabeld als Aux 1 en Aux 2. Mogelijk moet je de partituur opslaan en opnieuw openen om de labels te zien bijwerken.
Om het niveau van een Aux-kanaal aan te passen
Aux-kanalen hebben volumefaders. Hiermee wordt het volume van het effect aangepast voor alle kanalen waarop de bijbehorende aux signaal is ingeschakeld. Zie dit als het instellen van het maximale volume van het effect(en) dat een instrumentkanaal kan ontvangen.
Om de effecten van een Aux-kanaal op een instrument toe te passen
To adjust how much effect of an Aux channel come through on each instrument, use the knob in the corresponding Aux sends row (slot) on that instrument channel strip, see Aux Sends.
Zie ook
Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?