Muzieksleutels
Muzieksleutels worden op de partituur toegepast vanuit het Muzieksleutels palet.
De initiële sleutel voor een notenbalk instellen
Bij het aanmaken van een nieuwe partituur past MuseScore automatisch de meest geschikte sleutel(s) voor het instrument toe. Je kunt dit indien nodig eenvoudig wijzigen in het partituurvenster.
Om de sleutel helemaal aan het begin van de partituur te veranderen:
Selecteer de initiële muzieksleutel of de eerste maat.
Klik op de gewenste sleutel in het Muzieksleutels palet.
Of sleep de sleutel vanuit het palet naar de eerste maat van de partituur (niet naar een specifieke noot binnen de maat).
Een muzieksleutel wijziging toevoegen
Om ergens in de partituur een sleutelwisseling toe te voegen:
Selecteer een noot, rust of maat (behalve de allereerste maat).
Klik op de gewenste sleutel in het Muzieksleutels palet.
Of sleep de sleutel vanuit het palet naar een noot, rust of maat (behalve de allereerste maat).
Soms is het wenselijk om direct na de beginsleutel een sleutelwisseling te hebben, die na de maatsoort en vóór de eerste noot verschijnt. Dit wordt bereikt door de sleutelwisseling toe te passen op de allereerste noot of rust van de partituur.
Houd er rekening mee dat bij het toevoegen van een sleutelwisseling alle bestaande muziek die volgt, wordt verplaatst om dezelfde toonhoogtes in de nieuwe sleutel te behouden.
Een muzieksleutel wijziging verwijderen
Om een sleutelwisseling ongedaan te maken, selecteer je deze en druk je op Del.
Houd er rekening mee dat beginsleutels en sleutels aan het begin van systemen niet verwijderd kunnen worden.
De zichtbaarheid van sleutels bepalen
Meestal wordt de dominante sleutel aan het begin van elk nieuw systeem herhaald, behalve bij tablatuursleutels, die normaal gesproken slechts één keer aan het begin voorkomen.
Dit gedrag kan worden beheerd via opties in het Stijl dialoogvenster (Opmaak -> Stijl) in de Muzieksleutels, toon- & maatsoorten sectie onder Muzieksleutels -> Zichtbaarheid.
Voor sleutels die geen tablatuur hebben, kun je kiezen uit twee opties:
Laat alle sleutels op elk systeem zien (de standaard)
Verberg alle sleutels na het eerste systeem waar ze verschijnen: alleen laten zien bij hun eerste verschijning
Voor tablatuursleutels is er een apart selectievakje, Verberg TAB-sleutels na het eerste systeem waar ze verschijnen, dat standaard is aangevinkt.
Om alle sleutels op een bepaalde notenbalk te verbergen:
Klik met de rechtermuisknop op de notenbalk.
Kies Notenbalk/partij-eigenschappen uit het menu
Schakel in het dialoogvenster het selectievakje Laat de muzieksleutel zien uit.
Muzieksleutelherinneringen
Wanneer een sleutelwisseling helemaal aan het begin van een systeem plaatsvindt, wordt de wisseling aan het einde van het vorige systeem aangegeven en daar een 'herinnering' (of 'waarschuwing') genoemd.
Om in te stellen of er wel of geen herinnering sleutels moeten worden weergegeven:
Selecteer in het menu Opmaak -> Stijl en kies Muzieksleutels, toon- & maatsoorten.
Schakel onder Muzieksleutels het selectievakje Laat muzieksleutelherinnering zien in.
Als de functie voor het weergeven van muzieksleutelherinneringen is ingeschakeld, kun je een individuele herinnering als volgt verbergen:
Selecteer de sleutel.
Schakel in het paneel Eigenschappen de optie Laat muzieksleutelherinnering zien uit.
Voor instructies over wat er gebeurt rondom herhalingen en sprongen, zie Veranderingen en herinneringen bij herhalingen en sprongen.
Muzieksleutel en transpositie
Octaafsleutels gebruiken
[Wordt nog toegevoegd]
Verschillende sleutels voor getransponeerde en werkelijke toonhoogte/concertstemming
[Wordt nog toegevoegd]
Positie van de sleutel ten opzichte van de maatstrepen
Wanneer een sleutel vanaf de eerste noot van een maat wordt gebruikt, wordt deze standaard meestal vóór de maatstreep getekend, behalve in bepaalde gevallen rond herhalingsmaatstrepen.
Om de positie van een sleutel ten opzichte van de maatstreep te veranderen:
Selecteer de sleutel.
In het Eigenschappen paneel, onder Positie ten opzichte van maatstreep, kies je Voor of Na.
Een sleutelwisseling die op dezelfde plaats als een herhaling of sprong plaatsvindt, maar die alleen van toepassing is op de muziek na de herhaling of sprong (dus wanneer deze doorgaat, niet springt), wordt normaal gesproken na de maatstreep geplaatst. Om dit in te stellen:
Open het Stijl dialoogvenster (Opmaak -> Stijl).
Kies Muzieksleutels, toon- & maatsoorten
Onder Sleutels, toon- en maatsoorten bij herhalingen en sprongen vervolgens, Wijzigingen die alleen van toepassing zijn na herhalingen en sprongen, kies tussen Plaats sleutels vóór herhalingen en Plaats sleutels na herhalingen.
In het speciale geval dat een dergelijke wijziging plaatsvindt op hetzelfde punt als een begin-eind herhalingsmaatstreep, kan de wijziging tussen het eind- en beginherhalingspunt worden geplaatst. Om dit gedrag in of uit te schakelen, schakelt u het selectievakje Laat wijzigingen tussen eind-begin herhaling toe in of uit.
Muzieksleutel stijl
Er zijn nog enkele algemene stijlinstellingen voor sleutels beschikbaar in het stijldialoogvenster (Opmaak -> Stijl):
In Groottes, onder Klein formaat groottes:
Grootte kleine muzieksleutel is de grootte die wordt gebruikt voor herinneringssleutels en sleutelwisselingen.
In Muzieksleutels, toon- & maatsoorten:
Onder Standaard TAB-sleutel kun je kiezen tussen twee stijlen voor tablatuursleutels (Standaard/Normaal of Serif/met schreef).
In Astanden, onder Ruimte, vind je enkele instellingen om de afstanden tussen sleutels en andere elementen te bepalen:
Sleutel tot toonsoort
Sleutel tot maatsoort
Sleutel tot noot
Sleutel tot maatstreep
In Maten, onder Systeemkop, nog een afstandsinstelling:
Sleutel/toonsoort tot eerste noot (dit geldt alleen aan het begin van een systeem).
Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?