Legatobogen en overbindingen
Een legatoboog is een gebogen lijn die een willekeurig aantal noten van verschillende toonhoogtes overspant en duidt op legato articulatie, hoewel de precieze interpretatie afhangt van het instrument.
Hoewel ze erg op elkaar lijken, moeten legatobogen niet worden verward met verbindingsbogen, die noten van dezelfde toonhoogte met elkaar verbinden en de duur van de eerste noot verlengen zodat deze de volgende noot omvat.
Voor informatie over het invoeren van overbindingen in de noteninvoermodus, zie Overbindingen invoeren.
Voor informatie over het invoeren van overbindingen in de normale modus, zie Overbindingen toevoegen in de normale modus.
Een legatoboog toevoegen
Nadat je een noot hebt geselecteerd, kun je een boogje maken met behulp van een van de volgende opties:
Een sneltoets,
S. Deze optie is zowel handig als snel.De menuoptie, Voeg toe -> Lijnen -> Legatoboog.
Een legatoboog uit hetLijnen palet.
De exacte toepassingsmethode hangt af van of je in de noteninvoermodus of normale modus bent. De methode met sneltoetsen wordt als voorbeeld gebruikt.
Legatobogen toevoegen in de normale modus
Methode 1
Selecteer de noot waar je de boog wilt laten beginnen:

Druk op
Som een legato toe te voegen die doorloopt naar de volgende noot:
Om de boog naar de volgende noot door te trekken, houd
Shiften druk opRechts, herhaal dit indien nodig:
Als je de boog uitbreidt om meer noten te omvatten, kan de richting ervan veranderen. Om de richting handmatig te veranderen, druk je op
X:
Druk op
Escom de bewerkingsmodus te verlaten:
Methode 2
Selecteer de noot waar je de boog wilt laten beginnen:
Gebruik een van de volgende opties:
Om een enkele boog toe te voegen: Houd
Ctrl(Mac:Cmd) ingedrukt en selecteer de laatste noot die je onder de boog wilt hebben.Om bogen aan alle stemmen toe te voegen: Houd
Shiftingedrukt en selecteer de laatste noot die je onder de boog wilt hebben.
Druk op
S.
Legatobogen toevoegen in de noteninvoermodus
Voer de eerste noot in van het gebonden gedeelte.
Druk op
Som een legato te maken die begint op de zojuist ingevoerde noot.Typ de resterende noten in het gedeelte met legato.
Druk nogmaals op
Som het legato gedeelte te beëindigen op de laatst ingevoerde noot.
Legatobogen voor meerdere stemmen en over meerdere notenbalken
Met behulp van methode 2 (hierboven) kun je een boogje maken tussen noten in dezelfde of verschillende stemmen. Bogen over verschillende notenbalken kunnen op precies dezelfde manier worden gemaakt. Bijvoorbeeld:

Je kunt ook de begin-/eindhandgrepen van een bestaande legato aanpassen om het begin of einde naar een noot van een andere stem te verplaatsen:
Klik op de begin- of eindhandgreep van de boog.
Druk op
Shift+Omhoog/Omlaagom het begin of einde tussen stemmen en van notenbalk naar notenbalk te verplaatsen.
Het uiterlijk van legatobogen en overbindingen aanpassen
Om de vorm van een legato of verbindingsboog, of het bereik van een legato aan te passen, zie Elementen rechtstreeks aanpassen.
Legatoboog en overbinding eigenschappen
Sommige eigenschappen van legato- en verbindingsbogen kunnen worden aangepast in het Eigenschappen paneel:
Stijl: ononderbroken, brede streepjes, smalle streepjes of stippellijnen.
Positie: boven of onder de noten.
Overbindingen hebben nog een extra instelling:
Overbinding plaatsing: plaats de eindpunten binnen of buiten de nootkoppen.
Legatoboog en overbinding stijl
De standaardinstellingen voor alle legato-bogen en verbindingsbogen in de partituur kunnen worden aangepast in Opmaak -> Stijl onder Legatobogen & overbindingen.

Deze opties specificeren hoe legatobogen en overbindingen worden getekend. Ze zijn meestal hetzelfde voor legatobogen en overbindingen, maar ze kunnen wel van elkaar verschillen qua stijl.
Lijndikte aan het uiteinde en Lijndikte in het midden: legato-bogen en verbindingsbogen worden meestal getekend als een boog die aan beide uiteinden dun is en naar het midden toe dikker wordt. Deze instellingen bepalen de minimale en maximale dikte. Houd er rekening mee dat niet elke verbindingsboog deze maximale dikte zal bereiken, omdat sommige zeer korte verbindingsbogen omwille van de opmaak dunner moeten worden gemaakt. Deze opties kunnen ook automatisch worden gewijzigd wanneer het muzieklettertype van een partituur wordt gewijzigd, als Stijl -> Partituur -> Stijl instellingen laden gebaseerd op lettertype is aangevinkt (wat standaard het geval is).
Stippellijndikte: de dikte van stippellijnen en verbindingslijnen, die meestal dunner getekend worden.
Min. afstand automatisch plaatsen: de minimale afstand tussen een boog en een ander element daarbuiten.
Gedeeltelijke overbindingen bij herhalingen en systeemomslagen bepaalt de helling van gedeeltelijke legato-bogen (die een pauze, herhaling of sprong overbruggen) en heeft twee opties:
Volg contour van noten: de helling van elk deel van de boog wordt bepaald door de noten die erdoor worden overspannen.
Buig weg van notenbalk: het 'hangende' uiteinde van de boog zal altijd schuin van de notenbalk af wijzen, ongeacht de vorm van de noten.

Deze opties gelden alleen voor overbindingen.
Minimum lengte overbindingsboog: dit bepaalt de minimale lengte voor verbindingsbogen, wat handig is bij verbindingsbogen tussen korte tijdsduren en akkoorden.
Minimumlengte 'overhangende' overbinding: de minimale lengte voor een hangende of gedeeltelijke overbinding, bijvoorbeeld de twee segmenten van een overbinding die een systeemeinde kruist, of een gedeeltelijke overbinding bij een herhaling of sprong.
Plaatsing bij enkele noten en Plaatsing bij akkoorden: de standaardpositionering van de eindpunten van de verbindingsbogen ten opzichte van de nootkoppen die ze verbinden, zoals weergegeven door de twee pictogrammen:
'Binnen': de verbindingslijn begint net rechts van de eerste notenkop en eindigt net rechts van de tweede notenkop, verticaal iets boven of onder het midden ervan (afhankelijk van de richting).
'Buiten': de verbindingsboog begint net boven of onder de notenkoppen (afhankelijk van de richting), horizontaal net rechts van het midden van de eerste notenkop en net links van het midden van de tweede notenkop.
Plaatsing binnenste overbindingen ten opzichte van punteringen: dit specificeert waar het linker eindpunt van binnenste verbindingsbogen moet komen wanneer de noot een punt heeft ('binnenste verbindingsbogen' zijn alle verbindingsbogen wanneer 'binnenste' plaatsing wordt gebruikt, of verbindingsbogen naar de binnenste noten van akkoorden wanneer 'buitenste' plaatsing wordt gebruikt):
Automatisch: begin de verbindingsboog vóór de punt als er ruimte is; bij akkoorden kan dit betekenen dat de beginpunten van de verbindingsbogen niet op één lijn liggen, omdat de opmaak van elke verbindingsboog afzonderlijk wordt bepaald.
Altijd vóór punteringen: begin alle verbindingen vóór de punt; dit kan leiden tot botsingen met de punten, wat moet worden vermeden door handmatige aanpassingen.
Altijd na punteringen: begin alle verbindingsbogen na de punt, in een rechte lijn.
Deze voorbeelden maken gebruik van 'buiten' plaatsing:



Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?