Overige lijnen
Overzicht
Een lijn is een type object dat kan worden verankerd aan een horizontaal doorlopend bereik van noten en rusten. In MuseScore Studio bevat een lijnobject een lengte van een snaar of boog, en optioneel wat tekst. Deze objecten kunnen functioneel de partituur en de weergave beïnvloeden en delen vergelijkbare configureerbare lijneigenschappen, teksteigenschappen en stijlen.
Lijnobjecten omvatten deze subtypes. Volg de links voor meer informatie over elk type:
Standaardlijn of rechte lijn (een simpele, algemene, rechte lijn) (ga naar sectie)
Lijnen met pijlpunten (ga naar sectie)
Notenbalk- en Systeemtekstlijnen (ga naar sectie)
Crescendo/decrescendo-tekens en crescendo, decrescendo lijnen
Tempolijnen zoals ritardando (ga naar sectie)
Volta's (herhaal sectiehaakjes boven)
Octaaflijnen (8va enz.)
Trillerlijnen (ga naar sectie)
Glissandi (slides) en portamento tussen twee noten
Praller omhoog, Praller omlaag, Praller lijnen
Gitaar gerelateerde lijnen (ga naar sectie): inclusief de Barre-lijnen, "let ring" lijnen, palm mute lijnen, en vibrato lijnen.
vibrato zaagtand, tremolo zaagtand (deze hebben geen invloed op het afspelen)
Ambitus (een symbool in oudere muziek)
Hoewel de volgende markeringen eruitzien als lijnen of bogen, worden ze in MuseScore niet als lijnobjecten beschouwd, omdat ze niet aan een doorlopend bereik kunnen worden bevestigd (verankerd):
Bends/toonbuigingen (koperblazers- of gitaararticulaties)
Enkele noot Versieringen zoals dubbelslagen, (korte) trillers en mordenten
(Notenbalk) Haken en accolades
Notenbalklijn
Om de lijndikte van de notenbalk wereldwijd te wijzigen, ga naar Opmaak -> Stijl -> Partituur en wijzig Notenbalkijndikte. Voor andere instellingen voor de notenbalkopmaak, zie Notenbalk/partij-eigenschappen.
De volgende beschrijving van acties en algemeen gedrag is van toepassing op de hier besproken Lijn-objecten (die geen eigen hoofdstuk in de handleiding hebben). Voor Lijn-objecten met een eigen hoofdstuk in de handleiding, raadpleeg je die hoofdstukken voor nauwkeurigere informatie.
Een lijn toevoegen aan de partituur
De eenvoudigste manier om een nieuwe lijn toe te voegen is door een van de volgende opties te gebruiken:
Een vooraf gedefinieerde sneltoets, bijvoorbeeld
Som een legatoboog toe te voegen, ofDe Lijnen en Gitaar paletten.
Om een lijn toe te passen op een geselecteerd bereik:
Selecteer een bereik met noten.
Klik op een lijn in een palet.
of
Sleep een lijn vanuit een palet naar de beginnoot.
Pas de eindhandgreep aan om het bereik te vergroten (zie Het bereik van een lijn wijzigen).
Om een lijn aan een enkele noot toe te voegen, kun je het volgende doen:
Selecteer een noot en klik op de gewenste lijn in het palet, of
Sleep een lijn uit het palet naar de gewenste beginnoot.
Een lijn aanpassen
Om het bereik van een lijn aan te passen, zie Het bereik van een lijn wijzigen.
Soorten lijnen
Standaardlijnen
Eenvoudige lijnen worden toegepast vanuit het Lijnen palet. Ze kunnen voor allerlei doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld om vingerzetting/snaarnummerlijnen voor een gitaar te creëren. Ze kunnen diagonaal of verticaal worden geplaatst.
Lijnen met pijlpunten
Lijnen met pijlpuntjes kunnen worden toegevoegd via het Lijnen palet, of de uiteinden van een bestaande lijn kunnen worden gewijzigd in gevulde pijlen of lijnpijlen in het Eigenschappen paneel. De hoogte en breedte van de pijlpunt kunnen ook worden aangepast.

Notenbalk- en Systeemtekstlijnen
Een notenbalktekstlijn is, net zoals notenbalktekst, gekoppeld aan één notenbalk in een systeem en is alleen indicatief voor die notenbalk. Hij verschijnt alleen in de partij waarin notenbalk is opgenomen.
Een systeemtekstlijn is, net zoals systeemtekst, gekoppeld aan één notenbalk, maar is indicatief voor alle notenbalken in het systeem. Het komt voor in alle instrumentpartijen.
Tempolijnen
Tempomarkeringen zoals rit. (ritardando) en accel. (accelerando) beïnvloeden het afspelen en kunnen worden gebruikt om geleidelijke tempowisselingen te creëren. Zie tempo-markings.md.
Gitaar gerelateerde lijnen
Deze lijnen zijn beschikbaar in het Giitasr palet:
Barre-lijnen: Worden gebruikt om de fretposities aan te geven. Zie #adding-a-barre-line-to-your-score.
Om een Vingerzetting/Snaarnummer-lijn te maken:
Vibrato: Je kunt de vorm van de lijn wijzigen in het Vibrato gedeelte van het Eigenschappen paneel.
Palm mute: Verandert het afspeelgeluid naar dat van een heldere, gedempte elektrische gitaar.
Let ring: Beïnvloedt het afspelen, werkt zoals het sustainpedaal op een keyboard.
Als je een vingerzetting wilt aangeven die over een periode geldig is:
Voeg een Vingerzetting toe vanuit het Vingerzetting palet,
Voeg een lijn uit het Lijnen palet toe aan dezelfde noot als de vingerzetting.
Pas de lengte van de lijn aan, indien nodig.
Trillerlijnen
Niet te verwarren met (korte) triller versieringen. Trillerlijnen hebben extra eigenschappen waardoor kleine noten en voortekens tussen haakjes kunnen worden weergegeven om de toonhoogte van de trillernoot aan te geven.
Trillerlijnen creëren trillers in de weergave voor instrumenten die zowel SoundFonts en MuseSounds gebruiken. Bij gebruik van MuseSounds activeert een trillerlijn professioneel opgenomen trillergeluid voor weergave (als het geluidsfragment voor het genoteerde interval bestaat), zoals de trillerlijn in reine kwint die hieronder is afgebeeld.

Lijn-eigenschappen
Met het Eigenschappen paneel kun je de instellingen Algemeen, Uiterlijk en Afspelen bekijken en bewerken.
De naam van het onderstaande gedeelte varieert afhankelijk van het type lijn. Maar het zal twee tabbladen bevatten met de aanduidingen Stijl en Tekst:
Stijl tabblad
Door op het tabblad Stijl te klikken, kun je de eigenschappen van de lijn zelf instellen:
Lijntype: Keuze uit rechte, gehaakte, schuin gehaakte, T-vormige gehaakte, lijn met pijl of gevulde pijl.
Haakhoogte / Pijlhoogte / Pijlbreedte: Pas de hoogte van de haak of de afmetingen van de pijlpunt aan.
Dikte: Pas de dikte van de lijn aan (en eventuele haken of pijlpuntjes).
Stijl: Keuze uit een doorlopende, onderbroken of gestippelde lijn.
Streepje / Ruimte: Pas het uiterlijk aan als 'Streeplijn' is geselecteerd.
Tekst tabblad
Door op het tabblad Tekst te klikken kun je tekst die aan de lijn is gekoppeld, aanpassen en positioneren:
Begintekst: Geef de tekst op, indien aanwezig, die aan het begin van de lijn moet verschijnen.
Vervolgtekst: Als de lijn zich over meer dan één systeem uitstrekt, is dit de tekst die vóór de lijn op elk systeem na het eerste verschijnt.
Eindtekst: Tekst die aan het einde van de lijn moet verschijnen.
Correctie: Pas de positie van de tekst ten opzichte van de lijn aan (in sp.).
Ruimte tussen tekst en lijn: Pas zowel de afstand tussen het begin van de tekst en het begin van de lijn als de afstand tussen het einde van de tekst en het einde van de lijn aan.
Lijnstijl
Zie Sjablonen en stijlen.
Gebruik het Stijl dialoogvenster (Opmaak -> Stijl) om bepaalde algemene eigenschappen voor lijnen in te stellen. De relevante pagina's in het dialoogvenster zijn Volta's, Ottava's, Pedaallijnen, Trillerlijnen, Vibratolijnen, Glissandi en noot-gebonden lijnen, Tekstlijnen, Systeemtekstlijnen en Tekststijlen. In de laatste pagina kun je de standaardtekststijl voor elk lijntype bewerken.

Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?