For the complete documentation index, see llms.txt. This page is also available as Markdown.

Werkruimtes

Overzicht

De werkruimte is de visuele instelling, ook wel de grafische gebruikersinterface (GUI) genoemd, van het MuseScore-programma zelf. Vergelijk het met de positie van de pen, liniaal, enzovoort op het bureau van een componist. Het omvat de inhoud, de status (vastgezet/losgekoppeld) en de posities van paletten, werkbalken en diverse geopende panelen. Wijzigingen die in de huidige werkruimte worden aangebracht, worden automatisch opgeslagen; er is geen verdere actie vereist. Je kunt aangepaste werkruimtes aanmaken om al deze instellingen snel met een muisklik te wijzigen.

Houd er rekening mee dat de volgende instellingen geen onderdeel zijn van de werkruimte: Weergave → Laat zien → Laat onzichtbare elementen zien, Laat opmaak zien, Laat kaders zien, Laat paginamarge zien, Markeer onregelmatige maten, Laat geluidskenmerken zien en de opties Werkelijke toonhoogte, Zoomniveau en Paginaweergave/Doorlopende weergave in de statusbalk. Deze instellingen, die worden behandeld in hoofdstuk De gebruikersinterface, zijn partituurgegevens. Ze worden opgeslagen in en geladen vanuit het partituurbestand. Sjablonen bevatten deze instellingen en worden gebruikt wanneer je een nieuwe partituur maakt op basis van een sjabloon (zie Een partituur opzetten.

Een nieuwe werkruimte maken

Om een ​​nieuwe werkruimte te maken:

  1. Klik op de huidige werkruimtenaam in de statusbalk onder het documentvenster. Je kunt ook in het menu Weergave → Werkruimtes → Bewerk werkruimtes selecteren.

  2. Klik op Maak nieuwe werkruimte.

  3. Vul de naam van de werkruimte in en kies de opties die deze bevat, zodat alleen deze opties worden geladen en opgeslagen wanneer de werkruimte wordt gebruikt.

  4. Klik op Selecteer om het dialoogvenster te sluiten.

Zie paletten voor meer informatie over het aanpassen van de weergave en inhoud van de paletten. Zie Werkbalken en panelen voor meer informatie over het aanpassen van de weergave van de werkbalken en panelen..

Een werkruimte verwijderen

  1. Klik op de huidige werkruimtenaam in de statusbalk onder het documentvenster. Je kunt ook in het menu Weergave → Werkruimtes → Bewerk werkruimtes selecteren.

  2. Selecteer de werkruimte die je wilt verwijderen.

  3. Klik op het prullenbak pictogram bovenaan het dialoogvenster.

Wisselen tussen werkruimtes

  1. Klik op de huidige werkruimtenaam in de statusbalk onder het documentvenster.

  2. Klik in het dialoogvenster dat verschijnt op de gewenste werkruimte.

  3. Druk op Selecteer.

Als alternatief

  1. Selecteer Weergave → Werkruimtes → Bewerk werkruimtes.

  2. Klik in het menu op de gewenste werkruimte.

Laatst bijgewerkt

Was dit nuttig?