Werkbalken en vensters

Overzicht

Binnen MuseScore kunnen vensters, werkbalken en panelen worden verplaatst en kun je zelf kiezen welke elementen erin worden weergegeven.

De standaardweergave van MuseScore wordt hieronder weergegeven:

The User Interface
  1. De menubalk

  2. Werkbalken

  3. Palet-, eigenschappen- en instrumentenpanelen

  4. Het partituurvenster

  5. De statusbalk

Werkbalken

Werkbalken weergeven en verbergen

To show or hide the playback controls, note input toolbar, or the status bar:

  • Selecteer Weergave → Werkbalken... en vink de betreffende optie aan/uit.

Werkbalken herschikken

Om de positie van de werkbalken noteninvoer of afspeelknoppen te wijzigen, klik je op de zes puntjes links van de werkbalk en houd je deze ingedrukt. Sleep de werkbalk vervolgens naar de gewenste locatie. De werkbalk kan vrij zwevend blijven, maar in het geval van de noteninvoer werkbalk, kun je deze ook naar de linker- of onderrand van het programmavenster slepen. Er verschijnt dan een blauw rechthoekje dat aangeeft dat je de werkbalk op die locatie kunt neerzetten om deze vast te zetten. De afspeel werkbalk kan alleen in de standaardpositie worden vastgezet.

De inhoud van de werkbalken aanpassen

Om de pictogrammen te selecteren die je in de noteninvoer of afspeelknoppen werkbalk wilt weergeven, klik je op het tandwielpictogram rechts van de werkbalk:

Gear icon

In het geval van de noteninvoer werkbalk verschijnt er een keuzelijst waarmee je de verschillende pictogrammen kunt verbergen of weergeven door op het oogsymbool links van elk pictogram te klikken (gesloten = verborgen, open = weergegeven).

In het geval van de afspeelknoppen werkbalk, kun je de verschillende opties in het tandwielmenu in- of uitschakelen om de bijbehorende elementen te verbergen of weer te geven.

Vensters en panelen

Panelen dokken en loskoppelen

Om één ​​van de zijpanelen (Palet, Instrumenten, Eigenschappen of Selectiefilter) los te koppelen en te verplaatsen, klik je op de drie puntjes op het tabblad, selecteer je de optie Koppel los van het hoofdvenster en sleep je het losgekoppelde paneel naar de gewenste positie.

Je kunt het paneel vrijstaand laten staan, maar er zijn ook dokposities aan de boven- en rechterrand van het documentvenster. Een blauw rechthoekje verschijnt om aan te geven dat je het paneel daar kunt neerzetten om het opnieuw te dokken/vast te zetten.

Op dezelfde manier kun je het vrije paneel weer aan de zijbalk vastmaken:

  • Om het paneel half zo groot bovenaan de zijbalk weer te geven, sleep je het vrije paneel naar de linkerbovenhoek van de zijbalk.

  • Om de halve breedte onderaan de zijbalk weer te geven, sleep je het vrije paneel naar de linkeronderhoek van de zijbalk.

  • Om het volledige paneel in de zijbalk weer te geven, sleep je het vrije paneel naar het midden links van de zijbalk.

Je kunt het vrije paneel ook terugzetten naar de oorspronkelijke positie door op de drie puntjes op het tabblad te klikken en Plaats terug in het hoofdvenster te selecteren.

Panels such as the Mixer or virtual Piano can be undocked if desired, by dragging them into position or clicking on the three dots icon and selecting Undock. To redock, click on the three dots icon and select Dock.

De losgekoppelde Mixer kan van formaat worden veranderd door de randen naar binnen of naar buiten te slepen.

De inhoud van panelen aanpassen

To choose which elements to display within the mixer or the virtual Piano, click on the three dots, select View and uncheck or check the applicable options.

To customize the palettes area, see Customization: Palettes.

Laatst bijgewerkt

Was dit nuttig?