Werkbalken en vensters
Overzicht
Binnen MuseScore kunnen vensters, werkbalken en panelen worden verplaatst en kun je zelf kiezen welke elementen erin worden weergegeven.
De standaardweergave van MuseScore wordt hieronder weergegeven:

De menubalk
Werkbalken
Palet-, eigenschappen- en instrumentenpanelen
Het partituurvenster
De statusbalk
Werkbalken
Werkbalken weergeven en verbergen
Om de afspeelknoppen, de noteninvoerwerkbalk of de statusbalk weer te geven of te verbergen:
Selecteer Weergave → Werkbalken... en vink de betreffende optie aan/uit.
Werkbalken herschikken
Om de positie van de werkbalken noteninvoer of afspeelknoppen te wijzigen, klik je op de zes puntjes links van de werkbalk en houd je deze ingedrukt. Sleep de werkbalk vervolgens naar de gewenste locatie. De werkbalk kan vrij zwevend blijven, maar in het geval van de noteninvoer werkbalk, kun je deze ook naar de linker- of onderrand van het programmavenster slepen. Er verschijnt dan een blauw rechthoekje dat aangeeft dat je de werkbalk op die locatie kunt neerzetten om deze vast te zetten. De afspeel werkbalk kan alleen in de standaardpositie worden vastgezet.
De inhoud van de werkbalken aanpassen
Om de pictogrammen te selecteren die je in de noteninvoer of afspeelknoppen werkbalk wilt weergeven, klik je op het tandwielpictogram rechts van de werkbalk:
In het geval van de noteninvoer werkbalk verschijnt er een keuzelijst waarmee je de verschillende pictogrammen kunt verbergen of weergeven door op het oogsymbool links van elk pictogram te klikken (gesloten = verborgen, open = weergegeven).
In het geval van de afspeelknoppen werkbalk, kun je de verschillende opties in het tandwielmenu in- of uitschakelen om de bijbehorende elementen te verbergen of weer te geven.
Vensters en panelen
Panelen dokken en loskoppelen
Om één van de zijpanelen (Palet, Instrumenten, Eigenschappen of Selectiefilter) los te koppelen en te verplaatsen, klik je op de drie puntjes op het tabblad, selecteer je de optie Koppel los van het hoofdvenster en sleep je het losgekoppelde paneel naar de gewenste positie.
Je kunt het paneel vrijstaand laten staan, maar er zijn ook dokposities aan de boven- en rechterrand van het documentvenster. Een blauw rechthoekje verschijnt om aan te geven dat je het paneel daar kunt neerzetten om het opnieuw te dokken/vast te zetten.
Op dezelfde manier kun je het vrije paneel weer aan de zijbalk vastmaken:
Om het paneel half zo groot bovenaan de zijbalk weer te geven, sleep je het vrije paneel naar de linkerbovenhoek van de zijbalk.
Om de halve breedte onderaan de zijbalk weer te geven, sleep je het vrije paneel naar de linkeronderhoek van de zijbalk.
Om het volledige paneel in de zijbalk weer te geven, sleep je het vrije paneel naar het midden links van de zijbalk.
Je kunt het vrije paneel ook terugzetten naar de oorspronkelijke positie door op de drie puntjes op het tabblad te klikken en Plaats terug in het hoofdvenster te selecteren.
Panelen zoals de Mixer en het virtuele Pianoklavier kunnen indien gewenst worden losgekoppeld door ze naar de gewenste positie te slepen of door op het pictogram met de drie puntjes te klikken en Koppel los van het hoofdvenster te selecteren. Om ze weer vast te maken, klik je op het pictogram met de drie puntjes en selecteer je Plaats terug in het hoofdvenster.
De losgekoppelde Mixer kan van formaat worden veranderd door de randen naar binnen of naar buiten te slepen.
De inhoud van panelen aanpassen
Om te kiezen welke elementen in de mixer of het virtuele Pianoklavier worden weergegeven, klik je op de drie puntjes, selecteer je Weergave en vink je de betreffende opties aan of uit.
Zie Instellingen en personalisatie: Paletten voor meer informatie over het aanpassen van het paletgebied.
Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?