Sjablonen en stijlen

Dit hoofdstuk bevat onvolledige informatie en geeft niet de huidige status van MuseScore 4 weer. Raadpleeg in plaats daarvan de externe professionals die vermeld staan ​​op pagina Hulp krijgen.

Nuttige informatie voor het bewerken:

TODO testen

  • voorbeeld partituurbestand B

    • Partij B1 (de volledige partituur)

      • opmaak > pagina-instellingen

      • opmaak > stijl

      • weergave > laat zien > onzichtbare elementen weergeven, werkelijke toonhoogte enz.

      • individuele itemeigenschappen

    • Partij B2 (ingebouwde partij, gebruiker klikte op de partijenknop, open)

      • opmaak > pagina-instellingen

      • opmaak > stijl

      • weergave > laat zien > onzichtbare elementen weergeven, werkelijke toonhoogte enz.

      • individuele itemeigenschappen

    • Partij B3 (nieuw aangemaakte partij, gebruiker klikte op de partijenknop, maak nieuwe partij)

      • opmaak > pagina-instellingen

      • opmaak > stijl

      • weergave > laat zien > onzichtbare elementen weergeven, werkelijke toonhoogte enz.

      • individuele itemeigenschappen

  • Verplaats B.mscz naar de map met aangepaste sjablonen en maak vervolgens partituur C aan met behulp van het sjabloon

    • maak C1 en C2 met behulp van B1 en B2 (BEVESTIGD)

    • maak C3 met behulp van B3 (testen)

    • C1 (volledige partituur)

      • opmaak > pagina-instellingen (testen)

      • opmaak > stijl (testen)

      • weergave > laat zien > onzichtbare elementen weergeven, werkelijke toonhoogte enz. (testen)

      • individuele itemeigenschappen: ALLE ITEMS, bijvoorbeeld notenbalktekst, WORDEN VERWIJDERD

      • een nieuwe titel tekst en kader worden toegevoegd: "Zonder titel" MS4 NIEUW

    • C2 (Partij)

      • opmaak > pagina-instellingen (testen)

      • opmaak > stijl (testen)

      • weergave > laat zien > onzichtbare elementen weergeven, werkelijke toonhoogte enz. (testen)

      • individuele itemeigenschappen: ALLE ITEMS BEHALVE NOTENBALK WORDEN VERWIJDERD titel tekst en kader, notenbalktekst

    • C3 (Partij)

      • opmaak > pagina-instellingen (testen)

      • opmaak > stijl (testen)

      • weergave > laat zien > onzichtbare elementen weergeven, werkelijke toonhoogte enz. (testen)

      • individuele itemeigenschappen (testen)

Overzicht

Stijl

Stijlen in MuseScore zijn profielen die instellingen bevatten, en niet de instellingen zelf. De visuele instelling voor tekst en muzieksymbolen in MuseScore die sommige gebruikers verwarren dit met een stijl heet Lettertype.

Alle stijlen zijn ingebouwd en bevatten standaardwaarden voor visuele en functionele instellingen. Elk objecttype, bijvoorbeeld een akkoordsymbool of een voorteken, heeft een bijbehorende ingebouwde stijl met dezelfde naam: "Stijl voor akkoordsymbolen", "Stijl voor voortekens". Elk Tekstobject, bijvoorbeeld een akkoordsymbool of een liedtekst, heeft ook een of meer bijbehorende ingebouwde stijlen: "Stijl voor tekst binnen akkoordsymbolen", "Stijl voor tekst binnen akkoordsymbolen (alternatief)", "Stijl voor tekst in liedtekst even regels", "Stijl voor tekst in liedtekst oneven regels". Stijl is niet het objecttype.

Je kunt geen nieuwe stijl aanmaken, maar je kunt wel de instellingen van elke stijl bewerken. Gebruik hiervoor het "Stijl" venster: Opmaak → Stijl of Eigenschappen paneel: knop met 'drie puntjes' button : Sla op als standaardstijl voor deze partituur.

Nadat je een object hebt gemaakt, kun je het objecttype niet meer wijzigen. Hetzelfde geldt vrijwel voor de stijl: een object met een voorteken op een partituur moet de waarden in "Stijl voor voortekens" gebruiken; het kan geen waarden gebruiken in "Stijl voor notenbalktekst" of "Stijl voor akkoordsymbolen". Je kunt de stijl (het benoemde profiel) van een object op een partituur niet wijzigen, tenzij het object een tekst object is of een tekst object bevat. Een tekst object in een partituur kan, indien gewenst, de compatibele waarden in "Stijl voor tekst binnen akkoordsymbolen" of "Stijl voor tekst binnen notenbalktekst" gebruiken in plaats van de waarden in "Stijl voor tekst binnen oneven liedtekst regels" of "Stijl voor tekst binnen even liedtekst regels". Zie het hoofdstuk Tekst opmaken.

Lees hier verderom te zien hoe het uiteindelijke uiterlijk en de functie van de objecten worden bepaald.

Indeling en opmaak

De indeling en opmaak in MuseScore bestaat uit twee hoofdniveaus: tekst objecten en objecten die tekst bevatten. Deze objecten hebben meer niveaus, zie Tekst opmaken. De uiteindelijke visuele weergave en functie van de meeste objecten in een partituurbestand worden bepaald door:

  • Niveau 1: Eigenschappen van elk afzonderlijk object in een partituurbestand, zoals noot, tekst of symbool in een partituurbestand. Standaard hebben objecten geen specifieke eigenschappen. Wanneer eigenschappen worden toegewezen in het Eigenschappen paneel, worden deze altijd gebruikt.

  • Niveau 2: Omvat

    • de indeling en opmaak instellingen met betrekking tot de hele pagina,

      • wat overeenkomt met de items bovenaan het linkerpaneel van het "Stijl" venster: Opmaak → Stijl → Partituur, Pagina, Groottes, Systeem, Maten, enz., en

      • de instellingen in Opmaak → Pagina-instellingen (zie Partituur formaat en afstanden).

    • Daarnaast bevat het alle stijlen. Instellingswaarden in stijlen hebben een lagere prioriteit dan de hierboven genoemde eigenschappen. Stijlen omvatten:

      • "stijl voor een bepaald type object": zoals "Stijl voor akkoordsymbolen", "Stijl voor dynamiek", die overeenkomen met de items in het linkerdeelvenster van het venster "Stijl", en

      • "Stijl voor tekst binnen een bepaald type object", zoals "Stijl voor tekst binnen akkoordsymbolen", "Stijl voor tekst binnen oneven regels van liedteksten", enz., die overeenkomen met items in het venster "Stijl": item "Tekststijl" in het linkerpaneel, zie Tekst opmaken.

Elk partituurbestand heeft een "Volledige partituur"-indeling. Het bevat ook "Partijen" wanneer je de MuseScore partijen functie gebruikt om verschillende versies van dezelfde partituur te genereren. Elke "Partij" en de "Volledige partituur" hebben hun eigen, complete set aan indeling- en opmaakinformatie.

Indeling en opmaak hergebruiken

  • Bij het maken van een nieuw partituurbestand met behulp van een sjabloon,... [Dit punt is nog in ontwikkeling, voeg ontbrekende informatie toe, zie TODO hierboven, en https://musescore.org/en/handbook/3/layout-and-formatting#concept3]

  • "Niveau 2-informatie" van de "Partij" (maar niet de "Volledige partituur") die je momenteel bewerkt, kan eenvoudig worden toegepast op alle andere "Partijen" met de knop Opmaak → Stijl → Pas toe op alle partijen.

  • "Niveau 2-informatie" van de "Partij" of "Volledige partituur" die je momenteel bewerkt, kan worden opgeslagen als een apart .mss-bestand (ook wel een stijlbestand genoemd) en hergebruikt voor een andere partituur (de "Volledige partituur" of een willekeurige "Partij"). Hergebruik op een "Volledige partituur" heeft geen invloed op de partijen.

  • Standaard "niveau 2-informatie" voor een nieuw partituurbestand en MuseScore partij zie hieronder.

Bezoek https://musescore.org/en/node/355981 voor .mss-bestanden die door andere muzikanten zijn gedeeld.

Stijlbestanden

De concepten en de logica achter de indeling worden uitgelegd in het overzicht. Een .mss-bestand bevat "niveau 2-informatie" en kan in elke map worden opgeslagen; MuseScore gebruikt niet automatisch een specifieke map. De standaardmap voor eenvoudiger bestandsbeheer kan worden ingesteld via Bewerk → Voorkeuren.

De instellingen van alle stijlen van de "Volledige partituur" of "Partij" die je momenteel bewerkt, worden opgeslagen in een apart .mss-bestand.

  1. Selecteer Opmaak → Sla stijl op, sla het op in een map naar keuze.

Laden vanuit een .mss-bestand in de "Volledige partituur" of "Partij" die je momenteel bewerkt.

  1. Selecteer Opmaak → Laad stijl.

Standaard "niveau 2-informatie" voor nieuwe partituurbestanden en MuseScore partijen

Open Voorkeuren → Partituur tab.

  • Stijl: Blader naar het .mss-bestand en stel dit in als "niveau 2-informatie" bij het aanmaken van een nieuw partituurbestand. Bij het aanmaken van een nieuw partituurbestand op basis van een sjabloon wordt in plaats daarvan de aanwezig informatie uit het sjabloon gebruikt.

  • Stijl voor partijen: Vergelijkbaar met het bovenstaande, maar dan voor nieuwe MuseScore partijen.

Sjablonen

Niet te verwarren met Notenbalk/partij-eigenschappen sjabloon..

Het gebruik van een sjabloon wordt behandeld in hoofdstuk Maak je eerste partituur en Een partituur opzetten. Met een partituursjabloon kun je snel een nieuwe partituur instellen. Een sjabloon bevat:

[Deze lijst met items is nog in ontwikkeling. Voeg ontbrekende informatie toe, zie TODO hierboven en https://musescore.org/en/handbook/3/instruments-staff-setup-and-templat… &#xNAN;- itemX &#xNAN;- itemY &#xNAN;- itemZ &#xNAN;]

Een sjabloonbestand is een partituurbestand in een specifieke map die MuseScore gebruikt. Je kunt een partituur helemaal opnieuw maken en opslaan als sjabloon, of een bestaand .mscz-bestand naar die map kopiëren om het als sjabloon te gebruiken. Er zijn twee soorten sjablonen:

  • Voorgedefinieerde sjablonen die met MuseScore worden meegeleverd, zijn gesorteerd in categorieën in het tabblad Nieuwe partituur: Maak van sjabloon, zie Maak je eerste partituur.

  • Eigen sjablonen: Eigen sjablonen moeten worden opgeslagen in de map 'Documenten/MuseScore4/Templates' (deze kun je instellen via Bewerk → Voorkeuren) . Wanneer je een nieuwe partituur maakt, vind je ze in het tabblad Nieuwe partituur: Maak van sjabloon: Mijn sjablonen categorie, zie een partituur opzetten.

Sla een partituur op als een eigen sjabloon

Klik op Bestand → Sla op als en sla het partituurbestand op als .mscz-bestand in de sjabloonmap die MuseScore gebruikt. De inhoud van de laatst toegevoegde Titeltekst wordt gebruikt als sjabloonnaam (niet de inhoud van Bestand → Project-eigenschappen → Titel veld; ook niet de bestandsnaam zoals in MuseScore 3).

Een partituur maken op basis van een eigen sjabloon

  1. Zorg ervoor dat het eigen sjabloonbestand zich in de juiste map bevindt.

  2. Klik op Bestand → Nieuw om het Nieuwe partituur dialoogvenster te openen.

  3. Kies een sjabloon in het tabblad Maak van sjabloon: Mijn sjablonen categorie. In MuseScore 4.1.1 toont het voorbeeldvenster hoe het sjabloonbestand eruitziet wanneer het als partituur wordt geopend; het is niet het voorbeeld van hoe een nieuwe partituur eruitziet wanneer deze van dit sjabloon wordt gemaakt.

  4. Voltooi de rest van het dialoogvenster "Nieuwe partituur" en sluit het af.

Laatst bijgewerkt

Was dit nuttig?