Eigenschappen paneel
Het Eigenschappen paneel toont de instellingen voor objecten die je in de partituur selecteert. In MuseScore 2 en 3 stond dit bekend als het "Instellingenoverzicht".
Je kunt één object (bijvoorbeeld een dynamisch teken) of meerdere objecten tegelijk selecteren (bijvoorbeeld een dynamisch teken, een nootkop en een crescendo-teken). Als een van de geselecteerde objecten bewerkbare instellingen bevat, kun je deze vinden onder Eigenschappen.
Belangrijk aan Eigenschappen is dat het standaard alleen van invloed is op de objecten die je hebt geselecteerd. Als je het uiterlijk van één crescendo-teken verandert, worden niet alle crescendo's in de partituur aangepast, alleen de geselecteerde. Voor de meeste instellingen kun je deze echter opslaan als standaardstijl voor de partituur.
Toegang tot het Eigenschappen paneel
Open het tabblad Partituur
Druk op de standaardsneltoets
F8of klik op het tabblad Eigenschappen aan de linkerkant van het scherm.

Globale instellingen
Zo ziet het Eigenschappen paneel eruit wanneer je niets hebt geselecteerd in de partituur. Al deze instellingen beïnvloeden je gehele partituur (niet alleen individuele elementen):

Laat zien
Onzichtbare elementen verbergt/toont alle onzichtbare elementen in de partituur
Kaders verbergt/toont Kaders
Opmaak verbergt/toont opmaakelementen die zijn toegevoegd vanuit het opmaak palette
Paginamarges verbergt/toont de paginamarge
Geluidskenmerken verbergt/toont geluidskenmerken bij de notenbalktekst
Partituur uiterlijk
Lege notenbalken automatisch verbergen verbergt/toont notenbalken die geen genoteerde muziek binnen een systeem bevatten. Deze instelling weerspiegelt de instellingen voor Lege notenbalken automatisch verbergen in het dialoogvenster Stijl.
Pagina-instellingen opent het Pagina-instellingen dialoogvenster. Hetzelfde als Opmaak→Pagina-instellingen. Zie Sjablonen en stijlen.
Stijl instellingen opent het Stijl dialoogvenster. Hetzelfde als Opmaak→Stijl. Zie Sjablonen en stijlen.
Algemene instellingen
Deze instellingen zijn zichtbaar wanneer er iets in de partituur is geselecteerd.

Zichtbaar
Klik op dit vakje om geselecteerde elementen te verbergen/weergeven, of gebruik de sneltoets V.
Gebruik deze functie om elementen te verbergen, zodat ze niet in de geëxporteerde of afgedrukte partituur verschijnen. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer je tempomarkeringen of dynamiek toepast om de weergave in MuseScore te beïnvloeden. Gebruik de schakelaar Onzichtbare elementen in Eigenschappen (wanneer er niets is geselecteerd) om deze verborgen elementen in de partituurweergave te tonen of te verbergen (verborgen elementen worden in een lichtere tint weergegeven).
Automatisch plaatsen
Deze functie is standaard ingeschakeld en positioneert het geselecteerde object volgens MuseScore's algoritmen voor het vermijden van verticale en horizontale botsingen. Schakel Automatisch plaatsen uit voor meer controle over de positionering van bepaalde elementen. Lees meer over deze functie in Elementen positioneren.
Klein formaat
Deze functie wordt gebruikt om kleine noten te creëren: noten die de uitvoerder helpen door aan te geven wat een ander ensemble-/orkestlid tegelijkertijd speelt. Door het vakje aan te vinken, worden alle geselecteerde noten kleiner, inclusief hun stokken en eventuele bijbehorende waardestrepen.
Speel af
Wanneer deze optie is aangevinkt, staat deze eigenschap het afspelen van het geselecteerde element toe. Schakel Speel af uit om het element te dempen.
Afspeelinstellingen
Met de knop Afspelen worden de bewerkbare afspeeleigenschappen van de geselecteerde elementen weergegeven.

Onder de knop Afspelen worden de afspeeleigenschappen weergegeven als de geselecteerde elementen die hebben.
Aanslagsterkte
Alleen noten hebben de eigenschap Aanslagsterkte. Het geldige bereik is 1 tot 127. Deze eigenschap is bruikbaar voor instrumenten die Soundfonts gebruiken.
Deze eigenschap heeft geen effect op instrumenten die MuseSounds gebruiken. Zie Dynamiek voor het wijzigen van de luidheid van de weergave op instrumenten die Muse Sounds gebruiken.
Stemming
Wordt gebruikt om de stemming van noten in centen aan te passen. Alleen noten hebben de stemmingseigenschap.
Uiterlijk instellingen

Afstand voor
Hiermee wijzig je de voorloopafstand van geselecteerde elementen: d.w.z. de ruimte vóór het element. De aanpassing van de voorloopafstand wordt toegepast op alle notenbalken, zodat de noten op dezelfde positie uitgelijnd blijven.
Maatbreedte
Hiermee verandert de breedte van de maateenheid in verhouding tot de oorspronkelijke breedte: bijvoorbeeld 1,5 = anderhalf keer de standaardbreedte.
Minimum afstand
Dit wordt gebruikt door het algoritme voor het automatisch plaatsen van botsingen en is alleen van toepassing op elementen die standaard boven/onder de notenbalk worden toegepast, zoals notenbalktekst, dynamiek, vingerzettingen, lijnen, enz. Hiermee wordt de minimale afstand (in sp.) ingesteld van de geselecteerde objecten tot andere elementen die dichter bij de notenbalk of de notenbalk zelf staan.
Correctie
Wanneer ze nieuw worden toegepast, nemen elementen hun standaardpositie aan. De horizontale/verticale correctie geven je een nauwkeurigere manier om een element te positioneren dan door het te slepen of te verplaatsen met de pijltjestoetsen op het toetsenbord.
Uitlijnen op raster
Met deze functie kunt u sleepbewerkingen beperken tot stappen van een gewenste afstand. Vink eerst het vakje Uitlijnen op raster aan, druk vervolgens op Configureer raster en stel de gewenste horizontale/verticale stapafstanden in.
Je kunt Uitlijnen op raster naar wens in- of uitschakelen door het vakje aan of uit te vinken.
Rangschikken
Met de vier knoppen in deze sectie bepaal je hoe overlappende elementen worden getekend. Ze werken als volgt:
Naar voren verplaatst het geselecteerde element voor het volgende element
Naar achteren verplaatst het geselecteerde element achter het volgende element
Naar voorgrond verplaatst het geselecteerde element vóór alle andere elementen.
Naar achtergrond verplaatst het geselecteerde element achter alle andere elementen, inclusief de notenbalklijnen.
Kleur
Klik op deze knop om de kleur van geselecteerde elementen te wijzigen. Kies een vooraf ingestelde of aangepaste kleur, of maak je eigen kleur door op de + knop te klikken. Deze wordt opgeslagen in de lijst met aangepaste kleuren aan de rechterkant voor toekomstig gebruik.
Eigenschappen voor tekens in tekstobjecten
Wanneer er Tekstobjecten geselecteerd zijn (het object, niet de tekens), toont het Eigenschappen paneel de opmaakinstellingen van het Tekstobject. Het bewerken van deze eigenschappen kan van invloed zijn op alle tekens erin.
Wanneer een of meer tekens in een Tekstobject zijn geselecteerd, toont het Eigenschappen paneel de opmaakinstellingen van de tekens. Het bewerken van deze eigenschappen wijzigt alleen de geselecteerde tekens. Zie Tekst opmaken.
Standaardinstellingen opslaan en herstellen
Nadat je een instelling hebt gewijzigd, kun je op de menuknop met de drie puntjes naast de instelling klikken om een menu te openen waarmee je de instelling kunt Herstellen naar de standaardinstelling voor de partituur, of Sla op als standaardstijl voor deze partituur. Deze laatste optie is alleen beschikbaar voor eigenschappen die overeenkomen met stijlinstellingen, maar omvat veel van de eigenschappen in dit paneel.
Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?