Alternatieve invoermethoden
Toegang tot alternatieve invoermethoden voor noteninvoer
Naast de standaard stap-tijd noten invoermethode zijn er verschillende andere methoden waarmee notatie in MuseScore kan worden ingevoerd.
Om deze alternatieve invoermethoden voor noteninvoer te gebruiken:
Klik op de knop Noteninvoer in de Noteninvoerwerkbalk en houdt deze ingedrukt.
Selecteer een van de beschikbare invoermethoden voor noteninvoer.
Toetsenbordgebruikers kunnen de knop Noteninvoer bereiken door vanuit de partituur een paar keer op Shift+Tab of Shift+F6 te drukken. Schermlezers zeggen dan zoiets als: "Noteninvoerwerkbalk: Standaard (stap-tijd)". Druk op Spatie op deze knop om een menu te openen met alle beschikbare methoden voor het invoeren van noten.

Elke nootinvoermodus kan ook rechtstreeks worden geactiveerd met behulp van een toegewezen sneltoets (zie Sneltoetsen voor meer informatie over het toewijzen hiervan).
Houd er rekening mee dat de geselecteerde invoermethode voor noten van kracht blijft, zelfs wanneer je de invoermodus verlaat en de volgende keer dat je de invoermodus activeert, weer actief wordt. Dus als je voor één passage overschakelt naar de methode Toonhoogteherstel , zorg er dan voor dat u na afloop weer terugschakelt naar de Stap tijd methode.
Alleen ritme
Met de Ritme noteninvoermethode kun je de duur van noten invoeren met één druk op de toets. Dit is vooral handig voor ongestemde percussie-instrumenten die één geluid gebruiken. Bovendien kun je de Ritme- en Toonhoogteherstel methoden combineren voor een efficiënte workflow in bepaalde omstandigheden.
Selecteer het startpunt in de partituur.
Selecteer de Ritme noteninvoermethode zoals hierboven beschreven.
Selecteer een duur in de noteninvoerwerkbalk of gebruik de sneltoetsen
1-9om een noot met de geselecteerde duur toe te voegen.Voeg een punt duur toe door op
.te drukken en de gewenste duur te selecteren/typen. In deze modus wordt de punt voor de duur in- of uitgeschakeld voor alle volgende ingevoerde duurtijden. Het is belangrijk om te weten dat de punt voor de duur moet worden geactiveerd vóór het invoeren van de nootwaarde, en niet erna.Voer rusten in door op het rustpictogram in de noteninvoerwerkbalk te klikken en de gewenste lengte te selecteren/typen. Wanneer de gewenste lengte al is geselecteerd (van de eerder ingevoerde noot), voer je de rust in door op
0te drukken. Klik op het rustpictogram om terug te keren naar het invoeren van noten.Blijf op de duurtoetsen drukken om noten met de gekozen duur in te voeren.
Noten worden standaard op de middelste notenbalklijn ingevoerd. Je kunt de cursortoetsen gebruiken om de toonhoogte van de zojuist ingevoerde noot te wijzigen. Volgende noten worden ook met die toonhoogte ingevoerd. Je kunt ook de Toonhoogteherstel mode gebruiken om snel toonhoogtes voor een passage in te voeren nadat je het ritme hebt ingevoerd.
Toonhoogteherstel
Met de Toonhoogteherstel methode kun je de toonhoogte van een reeks noten wijzigen, terwijl de duur ervan ongewijzigd blijft.
Selecteer het startpunt in de partituur.
Selecteer de Toonhoogteherstel invoermethode zoals hierboven beschreven, of gebruik de sneltoets
Ctrl+Shift+I(Mac:Cmd+Shift+I).Voer toonhoogtes in met behulp van het computertoetsenbord, MIDI-keyboard of virtueel pianoklavier. Opmerking: je kuntde muis niet gebruiken om noten in te voeren met de Toonhoogteherstel methode.
De Toonhoogteherstel methode kan een uiterst efficiënte manier zijn om noten in muziek met herhaalde ritmische patronen in te voeren. Kopieer en plak simpelweg een bestaande passage met hetzelfde ritme als je nieuwe passage en gebruik vervolgens de re-pitch-modus om de toonhoogtes te wijzigen. Dezelfde techniek kan worden gebruikt om meerdere instrumentale of vocale partijen in te voeren die hetzelfde ritme maar verschillende toonhoogtes delen.
Real-time
Met de real-time noteninvoermethoden kun je het stuk in principe op een MIDI-keyboard (of MuseScore's virtueel pianoklavier) spelen en de notatie automatisch laten toevoegen. Houd echter rekening met de volgende beperkingen die momenteel van toepassing zijn:
Je moet vooraf de kortste duur selecteren die je wilt gebruiken.
Je kunt geen antimetrische figuren invoeren in de Real-time nootinvoer.
Je moet de noten op één notenbalk en met één stem invoeren, net als bij andere invoermodi voor noten.
Het is niet mogelijk om een computertoetsenbord te gebruiken voor Real-time noteninvoer.
Deze beperkingen betekenen dat MuseScore nauwelijks hoeft te gokken hoe de invoer moet worden genoteerd, wat helpt om deze methoden nauwkeurig te houden.
Real-time (metronoom)
Met de Real-time (metronoom) noot invoermethode speel je in een vast tempo, aangegeven door een metronoomklik. Je kunt het tempo aanpassen door de vertraging tussen de klikken te wijzigen via het menu: Bewerk→Voorkeuren...→Noteninvoer (Mac: MuseScore→Voorkeuren...→Noteninvoer).
Selecteer het startpunt in de partituur.
Selecteer de Real-time (metronoom) noteninvoer methode zoals hierboven beschreven.
Selecteer een duur in de invoerwerkbalk voor noten om de metronoomklik weer te geven.
Houd een MIDI-toets of virtuele pianotoets ingedrukt om een noot met de geselecteerde duur in te voeren.
Luister naar de klikken van de metronoom. Bij elke klik wordt de noot met de geselecteerde duur langer.
Laat de toets los wanneer de noot de gewenste lengte heeft bereikt.
De partituur stopt zodra je de toets loslaat. Als e wilt dat de partituur doorloopt, wat nodig is om rusten in te voeren, kun je de sneltoets Real-time vooruitgaan sneltoets gebruiken om de metronoom te starten. Dezelfde handeling stopt de metronoom weer.
Real-time (voetpedaal)
Met de Real-time (voetpedaal) methode geef je het invoertempo aan door op een toets of pedaal te tikken. Je kunt spelen met elke gewenste snelheid en dit hoeft niet constant te zijn. De standaardtoets voor het instellen van het tempo (ook wel "Real-time vooruitgaan" genoemd) is Enter op het numerieke toetsenbord (Mac: Fn+Return), maar het is sterk aan te raden dit te wijzigen naar een MIDI-toets of MIDI-pedaal (zie hieronder).
Selecteer het startpunt in de partituur.
Selecteer de Real-time (voetpedaal) invoermethode zoals hierboven beschreven.
Selecteer een duur in de invoerwerkbalk voor noten om de metronoomklik weer te geven.
Houd een MIDI-toets of een virtuele pianotoets ingedrukt.
Bij elke druk op de sneltoets "Real-time Advance" wordt de noot met de geselecteerde duur verlengt.
Laat de noot los wanneer deze de gewenste lengte heeft bereikt.
Real-time vooruitgaan sneltoets
De sneltoets "Real-time vooruitgaan" wordt gebruikt om de metronoom te starten met de Real-time (metronoom) methode of om tellen te tikken met de Real-time (voetpedaal) methode. Dit wordt "Real-time vooruitgaan" genoemd omdat de invoerpositie "vooruit" gaat in de partituur.
De standaardtoets voor Real-time vooruitgaan is Enter op het numerieke toetsenbord (Mac: Fn+Return), maar het is sterk aan te raden deze toe te wijzen aan een MIDI-toets of MIDI-pedaal via de MIDI-afstandsbediening van MuseScore. De MIDI-afstandsbediening is beschikbaar via het menu: Bewerk→Voorkeuren...→MIDI-toewijzingen (Mac: MuseScore→Voorkeuren...→MIDI-toewijzingen).
Als alternatief kun je, als je over een USB-voetschakelaar of computerpedaal beschikt die toetsenbordtoetsen kan simuleren, deze zo instellen dat Enter op het numerieke toetsenbord wordt gesimuleerd.
Invoegen
Met de Invoeg invoermethode kun je noten en rusten binnen maten invoegen en verwijderen, waarbij de muziek automatisch binnen de maat vooruit en achteruit wordt geschoven. De maatduur wordt automatisch bijgewerkt naarmate je verder gaat.
Om een noot in te voegen:
Selecteer het startpunt in de partituur.
Selecteer de Invoeg noteninvoermethode zoals hierboven beschreven.
Voer een noot of rust in zoals je dat in de Stap-tijd modus zou doen. Elke noot wordt vóór de huidige cursorpositie ingevoegd en de maatduur wordt ter compensatie verlengd.
Wanneer de noten worden ingevoerd, worden ze vlak voor het geselecteerde startpunt geplaatst, dat wordt gemarkeerd met een vierkante blauwe markering. Het startpunt en alle daaropvolgende noten of rusten binnen dezelfde maat worden naar voren geschoven. Je kunt het invoegpunt naar voren en naar achteren verplaatsen met de pijltjestoetsen Rechts of Links, waarna het nieuwe invoegpunt wordt gemarkeerd.
Als alternatief, als je slechts één of twee noten wilt invoegen, kun je dit rechtstreeks doen met de standaard Stap-tijd noteninvoermethode. Druk op Ctrl+Shift (Mac: Cmd+Shift) terwijl je de noot toevoegt met de muis of sneltoets (A-G).
Om een rust in te voegen, voer je eerst een noot in met de gewenste duur en druk je vervolgens op Backspace of Del.
Om een noot of rust te verwijderen, gebruik je de sneltoets Ctrl+Del (Mac: Cmd+Backspace). De maatduur wordt ter compensatie verkort. De sneltoets werkt met zowel de invoermethoden Stap-tijd en Invoeg noteninvoermethoden.
Omdat het invoegen van noten ervoor kan zorgen dat de maatduur langer of korter wordt dan is aangegeven door de maatsoort, wordt er een klein "+" of "-" teken boven de maat weergegeven wanneer dit gebeurt.
Laatst bijgewerkt
Was dit nuttig?